Voor beleidsadviseurs
Gelijkgerichte mantelzorgondersteuning: zeven vragen beantwoord over de AZWA/HLO-handreiking
In juli 2026 verscheen de Handreiking Gelijkgerichte Mantelzorgondersteuning Wmo, uitgegeven onder regie van VNG, ZN en het ministerie van VWS. Het document ligt in menig gemeentehuis op tafel en roept concrete vragen op bij beleidsadviseurs sociaal domein. Hieronder zeven veelgestelde vragen, beknopt beantwoord, met verwijzingen naar de relevante afspraken uit de handreiking.
Wat is gelijkgerichte mantelzorgondersteuning?
Gelijkgerichte mantelzorgondersteuning is een herkenbaar aanbod op acht vraaggebieden dat elke gemeente lokaal invult volgens gedeelde basisnormen. De term komt uit de Handreiking Gelijkgerichte Mantelzorgondersteuning Wmo van juli 2026, die voortkomt uit §3.2 van het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO).
Kernprincipe: overal waar een mantelzorger binnenkomt, of dat nu bij de huisarts is, het Wmo-loket, de wijkverpleegkundige, de HR-afdeling van een werkgever of de dementieconsulent, moet zij dezelfde herkenbare toegang tot ondersteuning vinden. Niet in dezelfde organisatievorm, wél volgens dezelfde herkenbaarheid en dezelfde basisnormen.
Belangrijke nuance: gelijkgericht is niet uniform. De handreiking benadrukt dat het aanbod lokaal wordt ingevuld, passend bij de context en het bestaande aanbod van de gemeente. Wat overal gelijk hoort te zijn is de aanwezigheid van elk vraaggebied en de toegang daartoe, niet de exacte organisatievorm of uitvoerder.
Wat zijn de acht vraaggebieden mantelzorg?
De acht vraaggebieden waarop iedere gemeente aanbod moet realiseren zijn: informatie, educatie, praktische hulp, respijtzorg, financiële tegemoetkoming, materiële hulp, advies en begeleiding, en emotionele steun.
Deze acht zijn vastgelegd in afspraak 1 van de handreiking. Ze worden ontwikkeld in samenspraak met inwoners en professionals, en het aanbod bestaat “in ieder geval” uit een aantal minimumonderdelen (afspraken 1a t/m 1g). Daartoe behoren een laagdrempelig digitaal en fysiek toegangspunt, een informatie- en adviesfunctie, een vast aanspreekpunt voor coördinatie- en regeltaken, emotionele en mentale ondersteuning, kortdurende vervanging van mantelzorgtaken (respijtzorg), ondersteuning bij het vinden van financiële tegemoetkomingen, en materiële en praktische hulp zoals woningaanpassing.
De acht vraaggebieden vormen samen het bindende richtinggevende kader waarop gemeenten worden getoetst. Waardering van mantelzorgers (afspraak 2) komt daar los van, maar hoort inhoudelijk binnen dezelfde beleidslijn.
Wat vraagt de AZWA/HLO-handreiking van gemeenten?
De AZWA/HLO-handreiking vraagt van gemeenten drie dingen: (1) een herkenbaar aanbod realiseren op de acht vraaggebieden, (2) voldoen aan basisnormen voor informatievoorziening en (3) periodiek toetsen of het aanbod voldoende laagdrempelig en passend is. In totaal formuleert de handreiking negentien afspraken, verdeeld over vier thema’s: gelijkgericht aanbod, toeleiding en bereik, beleid en informatie, en kennis, leren en verbeteren.
De ondertekenaars zijn VWS, VNG, Sociaal Werk Nederland, Patiëntenfederatie Nederland en de Seniorencoalitie. Het document bepaalt waarop gemeenten in de komende jaren worden afgerekend. Van 2027 tot 2030 komt er onder financieringsvoorbehoud van VWS een ondersteuningsprogramma met regionale leernetwerken, waarin Movisie, MantelzorgNL en Vilans structureel betrokken zijn als kennispartners.
Voor beleidsadviseurs betekent dit dat mantelzorgondersteuning structureel onderdeel van lokaal beleid moet worden en periodiek geagendeerd hoort te zijn (afspraak 15). Bij nieuwe beleidsontwikkeling is de vraag “welke kansen liggen er om mantelzorgondersteuning te verbeteren” een verplichte toets, samen met risicomanagement (afspraak 17).
Wat betekent afspraak 1a: laagdrempelig digitaal en fysiek toegangspunt?
Afspraak 1a schrijft voor dat elke gemeente een laagdrempelig digitaal én fysiek toegangspunt inricht dat aansluit bij de leefwereld van mantelzorgers, voor vragen, ondersteuning en doorverwijzing. Beide, niet één van beide.
Wat dit concreet betekent: het toegangspunt is een minimumonderdeel van gelijkgericht aanbod, geen keuze. De fysieke component wordt in veel gemeenten belegd bij het lokale steunpunt mantelzorg of een welzijnsorganisatie. De digitale component moet aansluiten op de leefwereld van mantelzorgers, wat impliceert dat een algemene gemeentepagina of losstaande sociale kaart doorgaans niet volstaat. De handreiking benoemt de werkende mantelzorger, de jonge mantelzorger en de mantelzorger met migratieachtergrond expliciet als doelgroepen die de gemeente actief moet bereiken.
Belangrijk voor de invulling: het digitale en fysieke toegangspunt hoeven niet los van elkaar te bestaan. In de praktijk werkt het beter wanneer de fysieke consulent kan zien wat de mantelzorger digitaal al heeft gedaan, en andersom. Zonder die verbinding blijft het aanbod versnipperd, precies wat gelijkgerichtheid wil oplossen.
Welke basisnormen gelden voor informatievoorziening aan mantelzorgers?
Afspraak 14 legt vier basisnormen vast voor informatievoorziening. Informatie over mantelzorg en mantelzorgondersteuning moet:
- Vindbaar en overzichtelijk gebundeld zijn.
- Toegankelijk zijn, eenvoudig geschreven op taalniveau B1, waar passend in andere talen en cultuursensitief.
- Hybride beschikbaar zijn: digitaal, fysiek en via sleutelfiguren in de sociale basis.
- Ook gegeven kunnen worden door zorg- en hulpverleners, van huisarts tot huishoudelijke hulp.
- VWS zet daarnaast in op uniformering van termen tussen Wmo, Wlz en Zvw om complexiteit voor mantelzorgers te verminderen.
Een consequentie voor gemeenten: een standaard mantelzorgpagina of digitale sociale kaart voldoet zelden aan alle vier de normen tegelijk. Meertaligheid en cultuursensitiviteit ontbreken vaak, en de hybride koppeling tussen digitaal, fysiek en sleutelfiguren blijft in de praktijk lastig zonder gedeelde infrastructuurlaag onder de losse tools.
Voor de opzet van een beleidsnotitie hoort afspraak 14 daarom niet in een aparte “communicatie-paragraaf” thuis. Ze is een basisvoorwaarde die het hele aanbod raakt, van intake tot doorverwijzing.
Is een sociale kaart voldoende voor mantelzorgondersteuning?
Nee. Een sociale kaart is een repository, geen selectie-engine, en legt de bewijslast juist bij de mantelzorger, precies wat afspraak 9 wil voorkomen. Ze voldoet meestal niet aan de basisnormen uit afspraak 14 en bevat geen gedeelde signaleringstaal tussen huisarts, gemeente, welzijn en werkgever. Concreet ontbreekt bij vrijwel elke standaard sociale kaart: meertalige toegang, cultuursensitieve opbouw, standaard B1-taalniveau, en een verbinding met een fysiek toegangspunt.
De mantelzorger die zichzelf nog niet als mantelzorger herkent ondervindt bovendien dat een kaart die begint bij “wat wil je vinden” niet aansluit bij de fase waarin zij zich bevindt: uitzoeken wat er speelt en waar de eerste stap ligt. Dit betekent niet dat een sociale kaart weg moet uit het lokale palet. Ze kan er onderdeel van zijn, mits er een gedeelde toegangs- en signaleringslaag onder ligt die aan de afspraken 1a, 14 en 19 voldoet. Zonder die laag blijft een sociale kaart een adressenlijst zonder route.
Hoe toetst een gemeente periodiek of mantelzorgondersteuning laagdrempelig is?
Afspraak 19 van de handreiking vraagt dat iedere gemeente “periodiek kwalitatief, en waar mogelijk kwantitatief, toetst of het aanbod voldoende laagdrempelig en passend is”, en die inzichten gebruikt om beleid en uitvoering te verbeteren. Kwalitatieve toetsing kan bestaan uit terugkerende gesprekken met mantelzorgers, focusgroepen via de sociale basis, en bevragingen van professionals in het lokale netwerk.
Kwantitatieve toetsing vraagt een omgeving die inzicht geeft in bereik, activatie en afhaakmomenten: wie komt binnen via welk kanaal, welke doelgroepen worden wel en niet bereikt, en op welk moment in de zoektocht valt iemand af. De handreiking beveelt aan om aan te sluiten bij bestaande monitoring- en verantwoordingscycli, om extra administratieve lasten te voorkomen.
Voor de meeste gemeenten is de kwantitatieve kant vandaag de dag lastig, omdat de data daarover meestal ontbreekt. Zonder digitale infrastructuur die per doelgroep meet, blijft de toetsing kwalitatief en anekdotisch. Voor de beleidsverantwoording aan het college is dat meestal onvoldoende, en het strookt niet met wat afspraak 17 (risicomanagement bij beleidsontwikkeling) van gemeenten verwacht.
Belangrijkste feiten
- De Handreiking Gelijkgerichte Mantelzorgondersteuning Wmo verscheen in juli 2026.
- Uitgevers: onder regie van VNG, ZN en VWS.
- Ondertekenaars: VWS, VNG, Sociaal Werk Nederland, Patiëntenfederatie Nederland, Seniorencoalitie.
- Grondslag: §3.2 Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO).
- Aantal afspraken: 19, verdeeld over 4 thema’s.
- Aantal vraaggebieden: 8.
- Ondersteuningsprogramma VWS: 2027-2030, onder financieringsvoorbehoud.
- Landelijke kennispartners: Movisie, MantelzorgNL, Vilans. Bronnen: Handreiking Gelijkgerichte Mantelzorgondersteuning Wmo (AZWA/HLO), juli 2026. §3.2 Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg. zorgakkoorden.nl/azwa.
Meer artikelen
Voor beleidsadviseurs
Kom naar het mini-symposium op 24 september: Mantelzorg, ook uw zorg als werkgever
Hoe voorkom je uitval van medewerkers die zorgen voor een dierbare? Mantelzorg op de werkvloer...
Geschreven door : Valtes
Voor beleidsadviseurs
Europese subsidie voor mantelzorgondersteunende technologie
We zijn enorm trots om te delen dat we, samen met ASTRON, een Europese subsidie...
Geschreven door : Valtes
Voor beleidsadviseurs
Van bijlage naar beleid: geef mantelzorg de plek die het verdient
Je hebt je vakantiedagen anders ingezet, je werk wat aangepast, je eigen leven even op...
Geschreven door : Erjen Derks